De hardloopfouten die ik (niet) wil missen
Laten we eerlijk zijn. Ik ben misschien blogger van finallyrun.be en ik heb een diploma van looptrainer op zak, maar dat wil niet zeggen dat ik heiliger ben dan de paus. Integendeel. Mijn hardloopcarrière is bezaaid met blunders, hilarische misstappen en momenten waarop ik dacht: “Dit kan écht niet waar zijn.” Omdat ik een gulle gever ben, deel ik ze vandaag met jullie. Dan hoeven jullie tenminste niet dezelfde blunders te maken. (Of juist wel, want de beste verhalen ontstaan nu eenmaal uit de grootste fouten.)
Het rondje dat 3 km te lang was
Onlangs had ik een training van 12 kilometer op het programma staan. Samen met mijn loopmaatje stippelde ik een route uit. “Zal vast kloppen,” dachten we, met de naïviteit van een beginnende loper. Toen ik nog een heel stuk van m’n huis was, piepte mijn horloge ineens: “12 kilometer!” Gevolg: we moesten nog 3 kilometer ‘uitwandelen’ of ‘uitjoggen’, zoals ik het dan noem. Tegenwoordig check ik routes twee keer en reken ik een beetje speling in. Beter te weinig en een extra rondje dan te veel en verplicht uitwandelen terwijl je moe bent, toch?
De valkuil van te snel starten
Te snel starten is een fout die bijna elke loper ooit maakt. Dat is geen schande! Bij wedstrijden is het nog enigszins te begrijpen, met al die adrenaline en de drang om de massa voor te blijven. Maar ik ben er ook schuldig aan tijdens trainingen. Vroeger was het: schoenen aan en gaan met die banaan. Ouder en wijzer (en met wat meer fysieke mankementen) geef ik mijn lichaam tegenwoordig eerst de tijd om op te warmen. Rustig wandelen, joggen en dan pas versnellen. Dat scheelt een hoop.
Toch lukt het me niet altijd. Tijdens een wedstrijd had ik eens zo’n vliegende start, dat ik me halverwege afvroeg of ik wel op dezelfde planeet was. Het was overleven geblazen en op het einde liep ik trager dan mijn normale tempo. De moraal van het verhaal: je eigen tempo lopen is veel fijner dan over de finish strompelen.
De schijnbare makkelijkheid van trage kilometers
Langzaam lopen is makkelijk, denk je? NOPE. Er is een reden dat het ‘slakkengangetje’ bestaat. Het is de kunst van het vertragen, van het luisteren naar je lichaam, van het accepteren dat je geen snelheidsduivel hoeft te zijn om beter te worden. Die lange, rustige duurloopjes zijn saai, maar ze zijn essentieel. Geloof me, ik heb het ook geprobeerd en dacht dat ‘langzaam’ wel snel genoeg was. Totdat ik besefte hoe belangrijk het is om echt, écht traag te lopen.
Van 5K naar marathon in één seizoen
Sociale media staat vol met verhalen van mensen die in no-time van de bank naar de marathon rennen. Super knap, maar de verhalen van blessures en pech worden helaas niet vaak gedeeld. Geloof me, ik wilde ook snel! Na een paar keer 5 kilometer te hebben gelopen, droomde ik al van een marathonmedaille. Tot ik besefte dat dat een gevaarlijk spelletje is.
Je lichaam heeft tijd nodig om zich aan te passen. Geef het die tijd! Geniet van de reis, van die eerste 10 kilometer, van je eerste halve marathon. De voorbereiding is minstens zo belangrijk als de eindbestemming.
De rode vlaggen negeren
Tijdens een wedstrijd had ik eens te weinig gedronken op een warme dag. “Kom op, even doorbijten!”, zei ik tegen mezelf. Die mentale peptalk eindigde in een harde confrontatie met de realiteit: een hitteberoerte en een DNF (Did Not Finish). Ik moest opgeven. Het was het meest teleurstellende wat me in jaren was overkomen. Het moment dat ik besefte dat ik gewoon had moeten luisteren, zal ik niet snel vergeten.
Dus: luister alsjeblieft naar je lichaam. Een pijntje hier, een pijntje daar: het is oké. Maar als die pijntjes blijven, verergeren of als je je extreem moe voelt, neem dan gas terug. Je lichaam is je beste coach.
Welke hardloopblunders staan er op jullie lijstje? Deel ze hieronder, want samen lachen om onze fouten is de beste manier om ervan te leren!

