Antwerp 10 miles 2026 – wat een ongelooflijk prestatie
Vorig jaar deed ik er nog 2u23 over. Dit jaar zat er maar één ding in mijn hoofd: sneller, sterker en vooral… genieten. Ondanks een stroeve start van het jaar, stroomde de adrenaline afgelopen weekend door mijn aderen in Antwerpen. Spoiler alert: het werd een dag om nooit te vergeten!
De aanloop: Bruggen als geheim wapen
Het begon zaterdag al. Samen met een vriendin haalde ik mijn borstnummer op en zag ik haar finishen bij de 5 Miles. De sfeer, het publiek, de spanning… het begon direct te kriebelen. Ik wilde zó graag zelf weer die tunnels in.
Mijn voorbereiding was eerlijk gezegd een uitdaging. Januari en februari waren ‘verloren maanden’, maar in maart en april herpakte ik me volledig. Mijn geheime wapen? Elke training minstens één brug meepakken. Want wie Antwerpen zegt, zegt hellingen.
Treinen, trams en een schoenlepel
Zondagochtend was het eindelijk zover. De reis naar Antwerpen met de trein voelt altijd een beetje als een vakantie, al was de NMBS blijkbaar vergeten dat er tienduizenden lopers onderweg waren. Waar er zaterdag nog vier wagons waren, moesten we het zondag doen met drie. Resultaat: overvolle treinen en trams waar we met een schoenlepel naar binnen werden geduwd. Gelukkig liet ik mijn humeur er niet door verpesten; de focus lag volledig op de start!
Doordat ik ons startnummer zaterdag al had opgehaald, konden we op Linkeroever rustig onze tassen wegzetten, nog vlug een laatste zenuwplasje doen en richting het startvak wandelen.
De jacht op de juiste haas
Eenmaal in de startbox stond ik onbedoeld een stuk verder naar voren dan gepland. Het startschot klonk en daar gingen we! Mijn plan was simpel: een ‘haas’ zoeken. Iemand die net iets trager liep dan mijn normale tempo, zodat ik mezelf in het begin niet zou opbranden.
Die persoon was snel gevonden, maar al gauw begon het te knagen. Ik was warmgedraaid en het tempo voelde wel héél gezapig aan. Toen mijn haas plots nóg trager begon te lopen, besloot ik hem in te halen. Ik moest mezelf echt dwingen om niet direct té hard van stapel te lopen.
Drinken uit een bekertje: een olympische sport
Bij de eerste bevoorrading hanteerde ik mijn vaste ritme: even wandelen om fatsoenlijk te kunnen drinken. De nieuwe harde bekers waren echter een uitdaging; voor ik het wist, had ik meer water over mijn shirt dan in mijn mond. Sommige lopers klaagden over het lauwe water, maar voor mijn maag was het een zegen. Niets is zo erg als een verkrampte maag door ijskoud water tijdens een klim!
Met voldoende vocht in de tank zetten we koers richting de Kennedytunnel. We waren hier een stuk sneller dan vorig jaar, wat fijn was, want dat stuk kan behoorlijk eentonig zijn.
Dog power en tunnelvisie
Door die tunnel lopen blijft speciaal, maar ik zat met mijn gedachten al bij de lange klim die volgde: uit de Kennedy, over de Ring richting de Bolivartunnel. Zou ik kunnen blijven lopen? Mijn strategie was: rustig blijven ademen, korte pasjes bergop en vooral niet stoppen. Het ging verrassend goed; achteraf gezien had ik hier misschien zelfs nog wat sneller gekund.
Hét hoogtepunt vlak voor de Bolivartunnel? Daar stond de schattigste supporter van Antwerpen: een hondje dat je mocht aaien voor extra kracht. Geloof me, die dog power was precies wat ik nodig had! Na nog een korte bevoorrading (en weer wat gemors) kon ik eindelijk het tempo opschroeven. Het parcours voelde hier en daar wat gekunsteld aan — alsof ze met wat extra lusjes nog ergens meters vandaan moesten toveren — en die kasseien? Dat blijft een haat-liefdeverhouding (met de nadruk op haat).
Het moment van de waarheid: De Konijnenpijp
Na het nodige bochtenwerk kwam er weer een recht stuk aan. Hier begon ik langzaam mensen in te halen. Hoewel het geen officiële wedstrijd is, geeft het toch een kick als je merkt dat je sneller bent dan de rest, zeker omdat ik vorig jaar constant werd voorbijgestoken.
Toen het MAS in zicht kwam, wist ik: de beruchte Konijnenpijp is nabij. Ik nam even gas terug om energie te sparen; ik wilde deze tunnel koste wat het kost volledig uitlopen. Na een laatste energie-boost bij de bevoorrading was het tijd: gaan met die banaan, de pijp in!
Een sprint op karakter
Naar beneden ging ik als een speer, maar de weg omhoog is waar het kaf zich van het koren scheidt. Terwijl ik links en rechts mensen voorbijstak die me eerder nog hadden ingehaald, voelde ik me sterker dan ooit. (Kleine tip voor medelopers: als je moet wandelen, geen probleem, maar ga alsjeblieft naar de zijkant! Zigzaggen op een steile helling is voor niemand leuk 😉).
Net toen ik het licht aan het einde van de tunnel zag, besloot mijn linkeroog mee te doen aan de dramatiek: het begon verschrikkelijk te pikken en te tranen. Met één oog half dichtgeknepen en de paarse loper in zicht, checkte ik mijn horloge. Het zou toch niet… Bijna 2 uur… Ik kan eronder! Ik gaf alles en sprintte alsof mijn leven ervan afhing. Van die laatste meters weet ik bijna niets meer, ik zag alleen nog die finishlijn.
De ontlading
De klok stopte op… ja! Onder de 2 uur! Een volle minuut eronder zelfs. Ik had gehoopt dit te halen, maar eerlijk gezegd hield ik rekening met een tijd tussen de 2u en 2u10. In een waas van euforie nam ik mijn medaille in ontvangst. Ik kon het echt even niet bevatten.
Terugwandelend naar het station liep ik te glunderen. Het mooiste van alles? Ik voelde me nog relatief fris. Geen pijntjes, nog wat reserve in de tank… Dit geeft ontzettend veel vertrouwen voor mijn volgende grote doel: de halve marathon van Eindhoven!
Antwerpen, je was weer geweldig. Tot volgend jaar! 🎖️

