Lopersetiquette: bestaat dat eigenlijk nog?
Dit is zo’n blog waarvan ik altijd dacht dat ik hem nooit zou hoeven schrijven. Gedragsregels tijdens het hardlopen… dat is toch pure logica en vanzelfsprekendheid?
Nou, blijkbaar niet. En begrijp me niet verkeerd: ik ben zelf ook geen heilige en sla hier en daar vast ook weleens de bal mis. Ik probeer er in ieder geval aan te werken. Maar na mijn laatste evenement, Antwerp 10 Miles nog vers in het geheugen, kon ik echt niet anders dan achter mijn laptop kruipen. Want jongens, wat ging het er soms chaotisch aan toe.
De wet van de traagste (of: waarom rechts ook echt rechts is)
Tijdens de start en kort daarna is het altijd een beetje dringen. Iedereen zoekt zijn weg en het juiste tempo. Geen probleem, dat hoort erbij. Als trotse, tragere loper ken ik mijn plek: ik loop netjes helemaal rechts van de weg, zodat de snelle ridders mij links voorbij kunnen steken.
Dat is tenminste het idee. In de praktijk? Ik ben de tel kwijtgeraakt hoe vaak ik langs rechts werd ingehaald. Zelfs als er amper plek was, besloten lopers zich er toch nog snel tussen te wringen. Levensgevaarlijk en vooral ontzettend irritant.
De ‘plotseling-op-de-rem’-actie
En dan hebben we het plotselinge wandelen. Kijk, dat je moet wandelen of even moet stoppen, kan gebeuren. Dat overkomt de beste. Zo merkte ik net na de Kennedytunnel dat mijn veter los zat.
Wat deed ik?
- Eerst roepen dat mijn veter los was (zodat Mario me weer eens kon uitlachen, uiteraard).
- Duidelijk aangeven dat ik naar de kant wilde.
- Pas toen ik helemaal veilig aan de rechterkant stond, ging ik wandelen en stilstaan om mijn schoen te strikken.
Hoe verder we in het parcours kwamen, hoe meer lopers er echter pal voor mijn voeten ineens besloten de remmen dicht te gooien om te gaan wandelen. Tel dat op bij het constante rechts inhalen, en mijn lopershart werd er toch wel een beetje lastig van.
Het gevecht om de beker
Laten we de bevoorradingen niet vergeten. Ik geef eerlijk toe dat ik daar zelf ook niet altijd helder voor ogen heb waar ik precies moet lopen. Maar omdat ik toch al rechts loop, stuur ik natuurlijk aan op de rechtse tafels. Ik steek netjes mijn hand uit om een beker aan te nemen van een vrijwilliger… en bam: er vliegt ineens een andere loper strak tussen mijn hand en de beker in.
Weg beker. Nadat het me even later eindelijk wél lukte om wat drinken te bemachtigen, liep ik rustig naar de zijkant om te drinken. Die gemiste beker was helaas geen eenmalig incident; het overkwam me aan zowat elke bevoorrading wel een keer of twee.
Tijd voor een opfrisser: De hardlopers-etiquette
Het is dus hoog tijd om de gangbare, ongeschreven regels van de weg weer eens op te frissen. Of je nu traint voor je eerste 5 kilometer of een ervaren marathonloper bent: met deze basisregels houden we het voor iedereen leuk, veilig en gezellig.
- Houd rechts, haal links in: Net als in het verkeer. Loop je op een rustiger tempo of wandel je? Houd consequent rechts aan. Snellere lopers passeren aan de linkerkant.
- Kijk achterom vóór je van richting verandert of stopt: Gooi nooit zomaar de ankers uit. Wil je gaan wandelen, oversteken naar een waterpost of stoppen voor een losse veter? Kijk eerst over je schouder of er niemand vlak achter je loopt en beweeg rustig naar de buitenkant van het parcours.
- Geef richting aan: Een simpel handgebaar doet wonderen. Steek je hand even uit naar links of rechts om te laten zien welke kant je op beweegt. Dat voorkomt botsingen.
- Doorkruis de bevoorrading met beleid: Zie een waterpost niet als een stormbaan. Neem je beker aan en loop (of wandel) rustig door. Wil je uitgebreid stilstaan om te drinken? Loop dan door tot voorbij de laatste tafel en zoek de uiterste kant van de weg op. Zo blokkeer je de lopers achter je niet.
- Formeer geen menselijke muren: Samen hardlopen is supergezellig, maar ga niet met drie of vier personen dik naast elkaar lopen op een smal parcours. Zo blokkeer je de hele weg voor achterliggers. Twee aan twee is het maximum als er achteropkomend verkeer is.
- Let op je ‘vloeistoffen’: Moet je onverhoopt spugen of je neus snuiten (de welbekende ‘runners blow’)? Doe het niet midden op het parcours en check héél goed of er niemand achter of naast je loopt. Niemand zit te wachten op een onvrijwillige douche.
- Bedank de vrijwilligers: Zij staan er de hele dag om jou te voorzien van water, sportdrank en een glimlach. Een klein knikje, een hand opsteken of een schorre “merci” kost geen energie en maakt hun dag.
Hardlopen doen we samen. Of je nu vooraan meedoet voor de medailles of achteraan geniet in je eigen tempo: find your inner diva, go running – maar laten we het wel een beetje hoffelijk houden voor elkaar!

